Bouwaanvraag

e procedure die uiteindelijk leidt tot afgifte van een bouwvergunning, begint op het moment dat een aanvraag om bouwvergunning wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders.
In de praktijk gaat daaraan veelal een vooroverlegfase vooraf.
Voordat een formele aanvraag om bouwvergunning wordt ingediend zal de aanvrager eerst een schetsplan voorleggen aan de gemeente, dat in eerste aanleg getoetst wordt aan het bestemmingsplan en dat wordt voorgelegd aan de welstandscommissie, die beoordeelt of het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Het voordeel van deze manier van werken is voor de gemeente, dat zij in deze fase alleen op welstand en bestemmingsplanvoorschriften hoeven te toetsen. Voor de indiener kan het betekenen, dat er geen onnodige extra kosten gemaakt hoeven te worden voor bijvoorbeeld tekenwerk, onderzoeksrapporten en extra legeskosten.

In de Woningwet is bepaald aan welke eisen een aanvraag om bouwvergunning minimaal moet voldoen. Het volledig overzicht van eisen die in een bepaalde gemeente aan de bouwaanvraag worden gesteld zijn opgenomen in de gemeentelijke Bouwverordening.
Veel gemeenten maken bij het vaststellen van de bouwverordening gebruik van de Modelbouwverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Een aanvraag om bouwvergunning moet worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders.  Deze aanvraag om bouwvergunning wordt binnen twee weken na ontvangst daarvan door burgemeester en wethouders bekendgemaakt in een van gemeentewege uitgegeven blad of en dag-, nieuws- of huis aan huis blad.

Indien de bouwaanvraag niet alle vereiste gegevens bevat, stellen burgemeester en wethouders binnen vier weken na ontvangst van de bouwaanvraag de aanvrager in de gelegenheid om deze aan te vullen. Wanneer daarna de ontbrekende gegevens niet binnen een termijn van twee weken zijn overlegd, zijn burgemeester en wet-houders bevoegd om de aanvraag niet in behandeling te nemen.

Voordat burgemeester en wethouders beslissen op een bouwaanvraag, leggen zij de aanvraag zo spoedig mogelijk voor aan de welstandscommissie, die beziet of het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. In de praktijk gebeurt dat vaak al in de ‘vooroverlegfase’.

De toetsing van en beslissing op de bouwaanvraag
Wanneer het een bouwaanvraag betreft waarvoor geen vrijstelling nodig is, beslissen burgemeester en wethouders binnen twaalf weken na de dag waarop zij de aanvraag ontvangen hebben. Het betreft hier een fatale termijn: indien zij niet beslissen binnen twaalf weken dan is de bouwvergunning van rechtswege verleend (mits er geen strijd is met het bestemmingsplan). Deze termijn mag slechts één keer na goedkeuring van de gemeenteraad met zes weken worden verlengd. Wanneer wel een vrijstelling nodig is, geldt de termijn van 12 weken niet.

Er zijn drie mogelijkheden om te beslissen: de bouwvergunning wordt verleend, geweigerd of de beslissing op de aanvraag wordt aangehouden. In het laatste geval geldt de termijn van twaalf weken niet. In de Woningwet is geregeld waaraan de bouwaanvraag moet worden getoetst. Hier wordt het zogenaamde imperatief-limitatief stelsel gehanteerd:

Een bouwvergunning mag alleen en moet worden geweigerd indien:
* het bouwwerk in strijd is met het bestemmingsplan;
* het bouwwerk niet voldoet aan de voorschriften van de Bouwverordening;
* het bouwwerk niet voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit;
* het bouwwerk in strijd is met redelijke eisen van welstand;
* voor het bouwwerk een vergunning is vereist ingevolge de Monumentenwet of een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze is geweigerd.

In art. 17 van de Wet op de Stads-en Dorpsvernieuwing is een afzonderlijke weigeringsgrond opgenomen: het bouwwerk is in strijd met de leefmilieuverordening.
Dus wanneer één van deze weigeringsgronden zich voordoet moet de vergunning worden geweigerd en wanneer deze weigerings-gronden zich niet voordoen moet de vergunning worden verleend, tenzij er een aanhoudingsplicht geldt.

Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een aanvraag o.a. aan, indien er geen grond is om te vergunning te weigeren en wanneer:
– er een voorbereidingsbesluit in werking is getreden voor het gebied,waarin het bouwwerk zal worden uitgevoerd;
– een ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd;
– een bestemmingsplan is vastgesteld of na vaststelling ter inzage is gelegd.
– de aanvraag een bouwwerk betreft, behorend tot een beschermd stads- en dorpsgezicht in de zin van de Monumentenwet;
– tevens een vergunning op grond van de Wet Milieubeheer is vereist.
– tevens een vergunning op grond van de Monumentenwet is vereist.

In geval sprake is van een in voorbereiding zijnde bestemmingsplan of van een in voorbereiding zijnde herziening daarvan. kan deze aanhoudingsplicht worden doorbroken indien burgemeester en wethouders toepassing geven aan de anticipatieprocedure (die in de regel gecombineerd wordt met een vrijstellingsprocedure) van artikel 50, lid 5 van de Woningwet.